Klik op de foto om de rest van de foto's te bekijken.

Londerzeel
januari 2017

Albert Boulanger sloft door de ijzeren poort, via een wegeltje naar de achterbouw. Boven hem raast het verkeer van de A12 in Londerzeel voorbij.

Hij vraagt om op zijn bed te gaan zitten, de enige plaats in zijn huis waar zijn kacheltje werkt. Hij praat erop los.‘Ik heb dit museum gebouwd toen het huis van de buren werd afgebroken. Ik haalde mijn stenen daar. Mijn vader was er niet voor te vinden, hij verklaarde me zot. Hier was het schrijnwerkers atelier waar hij werkte. Ik wou in zijn voetsporen treden als ambachtsman, maar ik koos voor ijzerverwerker. Na mijn uren op het bedrijf, kwam ik hier ijzer bewerken. Nu woon ik hier, in mijn museum.'

'Mijn museum toont alles wat met ijzer smeden te maken heeft. Aambeelden, een kachel om het ijzer heet te stoken en prachtig werkgerief.'

'Hier ligt een hamer waar ze nog voor gevochten hebben. Noors staal. Ik heb hem kunnen bemachtigen.’

'Het pronkstuk van mijn museum is een door mijzelf gekapte ijzeren plaat. Dat was een huzarenstuk. Negen uur heb ik eraan gewerkt, zonder eten of drinken. 's Avonds vond mijn vader mij. Ik lag naast mijn plaat op de grond. Hij dacht dat ik zou sterven. Vele mensen kenden mijn zelfgekapte plaat. Nergens in de wereld kan je zoiets vinden. Er zijn er die op hun knieën gesmeekt hebben om te leren hoe je zoiets maakt. Maar vandaag kan je dat niet meer leren.’

'In mijn museum staat ook het bed van mijn ouders. Ik heb het uit het ouderlijk huis naar hier gebracht. Ik maak het nog steeds netjes op. Het doet me deugd hun aanwezigheid hier te voelen. Mijn museum heb ik aan hen opgedragen.Door mijn fascinatie voor ijzer heb ik nooit tijd gehad voor een vrouw. En langzaamaan stierven de mensen rondom mij.Mijn broer raadt me aan stukken van mijn museum te verkopen. Maar ik zou wel gek zijn. IJzer, staal en lood vermeerderen in waarde. En dan nog, wat zou ik doen met al dat geld ?'

In 1998 heeft onze burgemeester het museum ingewijd. Hij was onder de indruk. Maar sindsdien heeft niemand meer het museum bezocht. Ooit stonden twee bezoekers aan de poort. Ze belden. Ik heb ze niet binnen gelaten. Ik kan toch niet iedereen binnenlaten. Dat is te gevaarlijk. Je weet nooit met welke bedoeling bezoekers komen.